Een veilige bedding

Autisme is erfelijk.
Als ik naar mijn ouders kijk, dan denk ik dat mijn vader typisch autistische trekjes vertoonde. Hij was erg slim en heeft op de lagere school al twee klassen overgeslagen. Daardoor kwam hij tussen veel oudere kinderen te zitten, waar hij sociaal en emotioneel niet tegen opgewassen was. Hij was enig kind en is heel streng opgevoed door zijn moeder. Al jong werden er zeer strikte afspraken met hem gemaakt en hij werd geslagen, als hij zich daar niet aan hield. Hij beschrijft zijn moeder als een ‘kille vrouw’.

Mijn oma werd geboren in 1899 als dochter van een melkboer en trouwde op haar 30e.
Naar mij als kleinkind was ze ook erg strikt en streng. Ik kan me niet herinneren dat ze wel eens lachte, ze was nooit hartelijk.
Het lijkt me waarschijnlijk dat zij ook autisme had. Ze zal geen gemakkelijk leven hebben gehad, er waren in die tijd heel duidelijke regels wat vrouwen wel en niet hoorden te doen.

Terug naar mijn vader. Hij was een liefdevolle man, die besefte dat hij moeite had om zijn liefde te uiten. Hij voelde zich erg verantwoordelijk voor zijn gezin, maar trok zich vaak terug met een boek, en was dan onbenaderbaar. Toch was hij mijn held, op essentiële momenten was hij er voor mij: als er iets mis ging op school of met een baantje, om een jurk uit te kiezen voor de Grote avond van school, naar de dierenarts met een zieke hond of kat.
Toen hij een keer, uit frustratie en onmacht, aan tafel een schaal kapot sloeg, verwondde hij zichzelf daar ernstig mee. Hij liep naar boven en ging, bloedend en wel, op bed liggen. Ik volgde hem en wilde hem graag helpen, zijn wond verbinden.
Ik hield van hem en wist dat hij van mij hield.
Hij heeft dat nooit gezegd, totdat hij met een hartaanval in het ziekenhuis terecht kwam en bang was dat hij het niet zou overleven. Terwijl ik naar hem onderweg was, zei hij tegen de verpleging dat ze die boodschap door moesten geven. Gelukkig heeft hij daarna nog 13 jaar geleefd.

Ondanks het autisme van mijn vader, hebben mijn ouders mij een veilige bedding gegeven in mijn jeugd. Nu ik wat ouder ben, kan ik dankbaar zijn als ik terugkijk op mijn jeugd. Zeker nu ik weet, waarom ik niet altijd een makkelijk kind was.
Als puber werd ik erg goed in het uitdagen, de grenzen opzoeken en er overheen gaan. Uit onmacht sloeg mijn vader me dan wel eens. Ik heb hem dat nooit echt kwalijk genomen, omdat voor mij zo duidelijk was dat hij niet anders kon doen. Eigenlijk verdiende ik die klappen wel.

Toen mijn moeder net overleden was, belde ik als eerste mijn vader. Op mijn vraag: “denk je dat mijn moeder van mij heeft gehouden?” antwoordde hij: “ze was erg op zichzelf gericht en kon het leven niet goed aan.”
En zo was het, en daar had ik vrede mee.

Vrieda